Tilproject
Waarom krijgen eigenlijk zo veel mensen rugpijn?
Dat is één van de vragen waar de onderzoekers van het tilproject (onderdeel van onderzoekslijn TA1) zich mee bezighouden.
Ongeveer de helft van de mensen krijgt rugpijn en we weten slechts ten dele hoe dit komt. Wat we wel weten is dat zware belasting van de rug, zoals die bijvoorbeeld tijdens tillen optreedt, de kans op rugpijn verhoogt. Maar, hoeveel belasting is te veel? Waarom krijgt de één na het tillen van zware voorwerpen wel klachten en de ander niet? Kun je nu beter één keer vijftig kilo tillen of vijf keer tien kilo? Helpt het om te tillen met gebogen knieën? Het antwoord op dergelijke vragen ligt niet zo voor het oprapen.
Het meten van de belasting
Omdat zeker is dat veel rugklachten door mechanische overbelasting van de wervelkolom ontstaan richt het onderzoek zich allereerst op het bepalen van die belasting. Daarbij is met name gekeken naar de belasting bij het uitvoeren van zware taken, zoals tillen. Dit zijn immers de taken die in de regel tot rugklachten leiden.
Door van een proefpersoon die een zware last tilt nauwkeurig de bewegingen te analyseren en de krachten die daarbij worden uitgeoefend te meten, is te berekenen welk moment (= kracht x arm) de spieren in de romp gezamenlijk leveren. Vervolgens is met behulp van een computermodel waarin de werking van de rompspieren wordt nagebootst, uit te rekenen wat daarbij de krachten op de wervelkolom zijn. Het grootste deel van de belasting van de wervelkolom wordt namelijk door de eigen spieren bepaald. Tijdens het optillen van een zware last kunnen de krachten gemakkelijk oplopen tot zo'n 5000 N (gelijk aan ongeveer 500 kg). Bij sommige taken van vuilnismannen vonden we zelfs krachten tot 10000 N (ongeveer 1000 kg). Het is dan ook niet verwonderlijk dat hierdoor schade kan ontstaan.
5 keer 10 of 1 keer 50?
Of er schade ontstaat, hangt niet alleen af van de kwaliteit van het botweefsel van de wervelkolom, maar ook van hoe vaak de belasting optreedt. Hier geldt: hoe vaker, hoe groter de kans op schade. Aan de andere kant past de kwaliteit van het botweefsel zich ook aan, aan de belasting, net zoals spieren sterker worden door training. Het is dus niet eenvoudig te zeggen waar de grenzen liggen. In het algemeen is de grootte van de kracht op de wervels meer bepalend voor de kans op schade dan hoe vaak de belasting optreedt. Dus toch maar beter vijf keer tien kilo tillen dan één keer vijftig.
Je tillt niet beter met gebogen knieën
Hoe is dan de grootte van die kracht te verminderen? Uit ons onderzoek bleek dat het tillen met gebogen knieën, dat vaak wordt geadviseerd, niet veel helpt. Integendeel: soms wordt de belasting hierbij juist hoger. Wat wel veel uit blijkt te maken is bijvoorbeeld de snelheid van tillen: hoe sneller hoe hoger de belasting. Daarnaast bepaalt het gewicht van de last natuurlijk de belasting van de rug, maar nog belangrijker is hoe ver de last van de tiller afstaat.
Spiercontrole is bepalende factor
Dat de ene persoon eerder rugpijn krijgt dan de ander ligt niet alleen aan verschillen in de sterkte van hun wervels. Mensen voeren bewegingen ook op verschillende manieren uit. De krachten die werken op de wervelkolom worden bepaald door hoe de spieren precies worden gebruikt. Activiteit van alle rompspieren (buigers en strekkers) tegelijkertijd verhoogt de krachten op de wervelkolom. Aan de andere kant verhoogt dit de controle van de spieren over de bewegingen van de wervelkolom. Hierdoor wordt voorkomen dat de gewrichten van de wervelkolom in uiterste standen geraken, wat ook weer schade zou kunnen veroorzaken.
De gelijktijdige activiteit van buigers en strekkers zien we bijvoorbeeld optreden tijdens het optillen van een last van onbekende grootte, of bij het duwen of trekken van karren. Mogelijk vragen deze taken om een versterking van de spiercontrole over de wervelkolom omdat het gewicht van de last (of de bewegingen van de kar) niet geheel voorspelbaar zijn. Het is mogelijk dat dit ook verklaart waarom mensen met rugklachten over het algemeen een verhoogde activiteit van de rompspieren laten zien. Bij deze mensen zouden al bestaande problemen aan de wervelkolom kunnen vragen om een vergrote spiercontrole.
De invloed van vermoeidheid
Ook één en dezelfde persoon voert handelingen niet steeds hetzelfde uit. Wanneer je bijvoorbeeld vermoeid raakt, blijkt dat de spiercontrole over de bewegingen van de wervelkolom afneemt en de buiging van de wervelkolom toeneemt. Het is dus mogelijk dat een eenvoudige taak, die nooit problemen geeft (denk aan het oprapen van een pen van de grond), op een gegeven moment wel tot pijn leidt.
Onderzoeksvragen
Op dit moment en in de komende jaren concentreert het onderzoek binnen het 'Tilproject' zich voornamelijk op de volgende vragen: Wat gebeurt er als je iets tilt dat een ander gewicht had dan je had verwacht? Wat doen mensen met rugpijn anders wanneer ze bewegen en wat zijn hiervan de gevolgen voor de belasting van de rug? Hoe ontstaat nu precies schade bij herhaald belasten van de wervelkolom?
Gerelateerd onderwerp:
Meer weten?
Wil je meer weten over onderzoekslijn TA1 (bv. Wie zit er in die lijn? Wat hebben ze onlangs gepubliceerd?) ga dan naar hun pagina op de IFKB-site