Home > Opleidingen > Bacheloropleiding > Hoe is de opleiding ingedeeld

Bewegingswetenschappen

Hoe is de opleiding ingedeeld

De bacheloropleiding Bewegingswetenschappen duurt drie jaar. In de eerste twee jaar volgt iedereen hetzelfde programma. Je krijgt hoorcolleges, practica en werkgroepen. Tijdens een hoorcollege legt een docent de stof uit en voorziet hij deze van accenten. Practica en werkgroepen vinden in kleinere groepen plaats. Daarin ben je zelf actief bezig, je maakt in kleinere groepen opgaven en lost problemen op. Bij practica kom je in de snijzaal en doe je in het laboratorium fysiologische metingen. De verhouding hoorcolleges: werkcolleges: practica is grofweg 6: 3: 1. Voor een aantal studieonderdelen moet je opdrachten maken of een werkstuk schrijven. Je sluit de meeste studieonderdelen af met een tentamen.

Het jaar is ingedeeld volgens de uniforme jaarindeling van de VU. Dat wil zeggen: twee periodes van acht weken en vervolgens een periode van vier weken. Hierna volgen nog een keer twee periodes van acht en een periode van vier weken.

Kennismaken: het eerste jaar
Het eerste jaar van de opleiding is voor iedereen hetzelfde. Het geeft een uitgebreide oriëntatie op het vakgebied: je maakt kennis met de bouw en werking van het menselijk bewegingssysteem. Ook leer je over de coördinatie van dit systeem (bewegen afgestemd op de omgeving), en de rol die waarneming daarbij speelt. Verder maak je kennis met bewegingsvraagstukken zoals die voorkomen tijdens ergonomie, sportbeoefening en in de gezondheidszorg. Naast deze inleidingen maak je kennis met de geschiedenis van de filosofie en leer je literatuur te bestuderen en schriftelijk te rapporteren. Tot slot volg je steunvakken als Onderzoeksvaardigheden/Statistiek, Wiskunde en Biomechanica, die onmisbaar zijn voor empirisch onderzoek in de Bewegingswetenschappen en het begrijpen van wetenschappelijke publicaties. Aan het eind van het eerste jaar moet je minimaal 39 studiepunten hebben gehaald om toegelaten te worden tot vakken van het tweede jaar.

Verdiepen: het tweede en derde jaar
Het tweede jaar van de opleiding is ook voor iedere student hetzelfde. In het tweede jaar besteed je een aanzienlijk deel van de tijd aan het opdoen van onderzoeksvaardigheden. Je leert computers gebruiken en een onderzoek opzetten en je maakt kennis met de meest gebruikte meetmethoden. Naast de activiteiten die jou voorbereiden op het uitvoeren van onderzoek, wordt in het tweede jaar ook aandacht besteed aan de bouw en de werking van het zenuwstelsel, sturing van complexe bewegingen, training en een aantal gedragsaspecten die bij het bewegen in verschillende omgevingen een rol spelen. Ook verdiep je je kennis van de problemen en de betekenis van het bewegen tijdens ergonomie, sport en in de gezondheidszorg. Verder volg je een cursus waarin je leert mondelinge presentaties te verzorgen.

In het derde en laatste jaar van de bacheloropleiding verdiep je je door middel van het kiezen van een van de minoren Sport, Gezondheid, Bouw, Werking en Sturing van het Bewegingssysteem of Psychomotorische therapie. Daarnaast voer je, samen met een collega student, een bacheloronderzoeksproject uit dat je afsluit met het schrijven van een verslag.

Bacheloronderzoeksproject
Het bacheloronderzoeksproject is in principe het laatste onderdeel dat op het programma staat. Dat neemt niet weg dat - door omstandigheden - andere onderdelen het sluitstuk kunnen zijn. Je moet alle vakken met een voldoende (6 of hoger) afsluiten. Tijdens de bacheloropleiding loop je geen stage. Wel loop je bij de PMT-variant (psychomotorische therapie) een oriënterende praktijkstage in een instelling waar PMT wordt gegeven.

© Copyright Vrije Universiteit Amsterdam

spamfuik@vu.nl